In de 10e eeuw regeerden er op Oost-Java achtereenvolgens de koning Sindok,
Dharmavamsa en Airlangga (929-1047). Daarna pas kwamen er drie koninkrijken die
grote macht hadden op Oost Java nl. het rijk Kediri (1045-1222) het rijk
Singasari (1222-1292) en het koninkrijk Majapahit (1294-1520). Hun macht breidde
zich ook uit over andere delen van de archipel. Zo hebben ze een sterke invloed
op de ontwikkeling van de cultuur op Bali.
Epossen
Epossen zijn de verhalen waarop de Javaanse hofdansen zijn gebaseerd. Zij zijn gebaseerd op oude legendes en mythologieën uit Zuidoost Azië. De bekendste epossen zijn de Mahabharata, Damar Wulan en Panji Semirang. Hoewel de Ramayana ook een bekende epos is, zijn er niet zoveel hofdansen daarop gebaseerd.
Damar Wulan epos
Panji Semirang
Als een episode van de 'oude geschiedenis' van Java zijn de lotgevallen van Panji (ook wel Inu Kartapati, hij die niet bang is voor de dood) al vrij vroeg bij de Europese Javanici bekend. Men vindt zo o.a. in Raffle's History of Java en in J. Hagemans Algemeene geschiedenis van Java.
Arjuna Wiwaha
De Arjuna Wiwaha geïnspireerd door de Mahabarata werd in het jaar 1035 door de dichter M.P.U. Kanwa geschreven tijdens de regering van koning Airlangga (929-1047) op Oost-Java. De inhoud van dit gedicht zou kunnen zinspelen op het leven van Airlangga zelf. De titel Arjuna Wiwaha, dat letterlijk "Viering van Arjuna's huwelijk" betekent, heeft betrekking op Arjuna's huwelijk met de zeven hemelse nimfen, die als het ware hem hebben verleid. In het Javaanse dansdrama echter, bereikt de viering het hoogtepunt wanneer in de hemel van Indra het huwelijk van Arjuna met de nimf Supraba (Sembrada) wordt gesloten.







