Deze maskerdans beeldt de droom van Sekar Taji uit over Prins Panji en Koning Kelana die vechten om haar hand.
Verhaal
In de dans verkeert Sekar Taji in een mijmertoestand en droomt dat zij haar geliefde prins Panji gaat opzoeken. De eerste die zij tegenkomt is niet Panji, maar de woesteling koning Kelana Sewandana. Ook deze koning wenst haar tot zijn echtgenote. Zij weet echter hem te ontlopen en gaat verder op zoek.
Dan ontmoet zij eindelijk haar verloofde prins Panji. De ontmoeting verloopt echter niet bevredigend. Het is alsof Panji in de non zijn geliefde Sekar Taji niet herkent. Ook zijzelf bespeurt een zekere terughoudendheid naar Panji toe.
De ontmoeting wordt plotseling verstoord door de komst van de woesteling koning Kelana. Er ontstaat een hevig gevecht tussen Panji en Kelana waarbij tenslotte Kelana het onderspit delft.
Dan wordt Sekar Taji weer wakker en merkt dat zij alleen is en dat de ontmoeting met Panji slechts een visioen is geweest. Zij keert terug naar de berg Jambangan om eerbetoon aan de goden te geven. Sekar Taji keert terug in vergetelheid.
De dans is een klein fragment uit de Panji cyclus, verhalen vol mysterieuze verdwijningen, gedaanteverwisselingen, vermommingen en herlevingen. De figuren in de dans dragen maskers. Zo draagt Sekar Taji een wit wasker, Panji een blauw masker en Kelana een rood of rose masker.









