Dansgroep Sinar Anyar

Panji Semirang

Patih PancatnyanaAls een episode van de ‘oude geschiede­nis’ van Java zijn de lot­gevallen van Panji (ook wel Inu Kar­ta­p­ati, hij die niet bang is voor de dood) al vrij vroeg bij de Europese Javanici bek­end. Men vindt zo o.a. in Raffle’s His­tory of Java en in J. Hage­mans Alge­meene geschiede­nis van Java.

De Panji ver­halen hebben zich mogen ver­heugen in een onver­flauwde belang­stelling van vakschrift geleer­den, getu­ige de vele ver­sies van dit verhaal.

De ver­sie Hika­jat Panji Kuda Semi­rang is een Maleis Panji ver­haal uit de col­lec­tie van Ms. Cohen Stu­art, geschreven in een duidelijk lees­baar Ara­bisch schrift. Het ver­haal zou zijn ver­taald uit het Javaans en zoals het opgeschreven staat, is dit werk gereedgekomen in sep­tem­ber 1832. Men veron­der­stelt echter dat de ver­halen van Panji van oor­sprong reeds uit de 15e eeuw dateren en betrekking hebben op de his­to­rie van Oost Java.

In de Hika­jat Panji Kuda Semi­rang wordt de naam van de held, Kuda Semi­rang Sira Panji Pandai rupa genoemd. Ver­meld staan ook de vier vorstenge­broed­ers van Java:

  1. de oud­ste, vorst van het rijk Kuripan
  2. de vol­gende broer, vorst van het rijk Daha
  3. de vol­gende broer, vorst van het rijk Gegelang
  4. en de jong­ste broer, vorst van Singasari.

De kon­ing van Kuri­pan en zijn eerste vrouw ver­lang­den naar een zoon. Zij gin­gen zich reini­gen en brachten 40 dagen door in verering van de goden. Hun gebed werd ver­ho­ord en de god Batara Guru gaf hen een zoon, die ze Inu Kar­ta­p­ati (hij die niet bang is voor de dood) noem­den. Later kre­gen ze weer een zoon bij en een dochter (Ratna Wilis of zoals de Java­nen haar noem­den Ragil Kun­ing).

Het kon­ingspaar uit Daha riep eve­neens de hulp in van de goden. Zij kre­gen een dochter later de beeld­schone Can­dra Kirana (Manen­straal) genoemd. Zij was voorbestemd om de vrouw van Inu Kar­ta­p­ati (Panji) te worden.

Een ander mededinger naar de hand van Can­dra Kirana was de ruige kon­ing van Sabrang, Kelana Sewan­dana. Elke keer wist zij zijn aan­zoek op de lange baan te schuiven.

Intussen waren de twee kon­ingskinderen vol­wassen gewor­den. Na de verlov­ingstijd kwam de huwelijks­dag in zicht. Veel tijd werd er besteed aan de voor­berei­din­gen voor het huwelijks­feest. Doch wat men al die jaren nage­laten had, was de goden te bedanken voor het kri­j­gen van kinderen. Hier­door waren de goden zeer ontstemd en ze besloten de fam­i­lies te straf­fen door de twee gelief­den Inu Kar­ta­p­ati en Can­dra Kirana van elkaar te scheiden.

Tij­dens een storm boven het rijk Daha die de god Batara Kala zelf had geschapen, daalde hij neer in de harem en nam de prinses Can­dra Kirana mee het luchtruim in. Ver­vol­gens bracht hij haar naar de berg Jam­ban­gan waar zij aan ascese deed, de goden vereer­den en endang (non) werd. Zij heette dan Endang San­gu­lara.

Na de verd­wi­jn­ing van de prinses uit het paleis vertrok ook Panji de wijde wereld in op zoek naar haar ver­loofde. Tij­dens zijn zwerftochten maakte Panji vele hache­lijke avon­turen mee. Na Panji vertrok op haar beurt Ragil Kun­ing om haar broer te vin­den. Zo was iedereen op zoek naar iedereen.

De Panji cyclus omvat ver­halen vol van mys­terieuze verd­wi­jnin­gen, gedaan­tev­er­wis­selin­gen, ver­mom­min­gen en herlevingen.

Srimpi dansen

Load­ing …