Dansgroep Sinar Anyar

Damar Wulan

Raden Bambang GandasasiIn de 10e eeuw regeer­den er op Oost-​Java achtereen­vol­gens de kon­ing Sin­dok, Dhar­mavamsa en Air­langga (9291047). Daarna pas kwa­men er drie koninkrijken die grote macht had­den op Oost Java nl. het rijk Kediri (10451222) het rijk Sin­gasari (12221292) en het koninkrijk Majapahit (12941520). Hun macht brei­dde zich ook uit over andere delen van de archipel. Zo hebben ze een sterke invloed op de ontwik­kel­ing van de cul­tuur op Bali.

Ten tijde van het rijk Majapahit is nu deze leg­ende van Damar Wulan, toen het Rijk werd geregeerd door de koningin Dewi Suhita. Tij­dens haar regering brak er oor­log uit met het koninkrijk Blambangan.

In deze leg­ende is de naam van de held Damar Wulan dat Manes­traal betekent en die van zijn vijand Menak Jingga, de “rode rid­der”, wiens magisch wapen de “gele har­poen” is. Het is niet bek­end wan­neer pre­cies dit ver­haal is opgeschreven en ook niet, wie dit geschreven heeft.

De hoofd­fig­uren in dit ver­haal van de Damar Wulan zijn:

  • Prabu Kenya, de koningin van Majapahit, ook wel genoemd Ratu Ken­cana, de “gouden koningin”. Zij is de dochter van Prabu Braw­i­jaya, die bij zijn dood geen man­nelijke troonopvol­gers had.
  • Patih Logen­der, haar eerste min­is­ter, een ambitieus en weerspan­nig figuur die zijn oud­ere broer, de vader van Damar Wulan opvol­gde. Deze vader van Damar Wulan werd kluizenaar na de dood van kon­ing Braw­i­jaya. Logen­der nu werd ver­liefd op de vrouw van zijn broer die al in verwacht­ing was van Damar Wulan. Zij trok zich terug naar haar vaders kluizenaar­splaats waar Damar Wulan werd geboren.
  • Layang Seta en Layang Kumi­tir, de hooghar­tige en afgun­stige zonen van Logender.
  • Dewi Anjas­mara, de beeld­schone dochter van Logen­der, die de onbaatzuchtige vrouw werd van Damar Wulan.
  • Damar Wulan zelf, een jeugdig en stral­end figuur, een neef van de eerste min­is­ter Logen­der. Hij werd opgevoed in de kluizenaar­splaats van zijn grootvader.
  • Menak Jingga, de “rode rid­der”, kon­ing van Blam­ban­gan (het uiterst oost­elijk deel van Java) en vazal van Majapahit. Menak Jingga doet pogin­gen om de koningin, Ratu Ken­cana, te win­nen. Deze Menak Jingga is een volu­mineus figuur en kreupel.
  • Dewi Wahita en Dewi Puyen­gan, twee prins­essen, die gevan­gen zit­ten in het paleis van Menak Jingga. Zij zouden liever zelf­mo­ord ple­gen, dan zich over te geven aan Menak Jingga.
  • Sab­da­palon en Naya­geng­gong, de toegewi­jde dien­aars van Damar Wulan, de vroegere vol­gelin­gen van zijn vader.

De tocht van Damar Wulan begon, toen, luis­terend naar het advies van zijn groot­vader de kluizenaar­splaats ver­liet en naar het hof van Majapahit reisde, om con­tact te zoeken met zijn oom de Patih Logen­der. Echter, voor­dat hij zich kon pre­sen­teren aan zijn oom werd Damar Wulan, toen hij de paleis­poort naderde, door zijn neven, Layang Seta en Layang Kumi­tir, mishandeld.

Logen­der, ontroerd bij het wed­erzien hoorde, dat Damar Wulan hem wilde dienen maar bedacht dat zijn neef wel een lev­ens­g­root rivaal zou kun­nen zijn voor zijn eigen zonen. Daarom liet hij Damar Wulan het lagere werk doen van staljon­gen en grasmaaier.

Damar Wulan mocht zijn eigen mooie gewaden en sier­aden niet dra­gen maar des­on­danks bewon­derde het gewone volk zijn pure schoonheid. Som­mige mark­tvrouwen brachten hem in het geheim man­den vol met gras voor het paard van zijn oom en voed­sel voor hemzelf, om hem van de honger­dood te redden.

Geruchten over de onge­wone stalknecht bereikte Anjas­mara, de dochter van de eerste min­is­ter Patih Logen­der. Toen zij ont­dekte dat Damar Wulan haar neef was, ging zij hem in het geheim ont­moeten. Zij wer­den dan ook ver­liefd op elkaar en even later trouw­den ze met elkaar zon­der dat er iemand iets vanaf wist.

Maar op een avond passeer­den de twee broers van Anjas­mara haar kamer en zij hoor­den de stem­men van de twee gelief­den. Zij braken in en wilden Damar Wulan doden. Maar Damar Wulan over­mees­terde hen en Layang Seta en Layang Kumi­tir wer­den ged­won­gen te vluchten. Ver­sla­gen vertelden zij hun vader wat ze gezien had­den. In zijn woede eiste de eerste min­is­ter dat Damar Wulan geëx­e­cu­teerd zou wor­den maar hij werd hier­toe terugge­houden enkel door het ver­zoek van zijn dochter. Hij besloot daarom het getrouwde paar maar in de gevan­ge­nis te zetten.

Intussen werd het rijk Majapahit omringd met gevaar. Om pre­cies te zijn dong Menak Jingga de kon­ing van Blam­ban­gan naar de hand van de koningin Ratu Kencana.

Zijn ver­zoek werd bruut afgewezen en daarom zocht hij wraak en verk­laarde de oor­log. De troepen van Majapahit wer­den één voor één ver­sla­gen en het koninkrijk zelf werd bedreigd door de stri­jd­krachten van Menak Jingga.

In haar wan­hoop verk­laarde Ratu Ken­cana dat de man die Menak Jingga zou doden en haar het hoofd van Menak Jingga zou bren­gen haar broeder (d.w.z. haar man) zou wor­den als hij jong was, of haar vader als hij al oud was. Nie­mand echter bood zich aan en iedereen aan het hof was ten einde raad.

Toen kreeg de koningin een heldere ingev­ing en bedacht dat de jonge rid­der genaamd Damar Wulan de vijand kon ver­slaan. Patih Logen­der beval Damar Wulan uit de gevan­ge­nis te halen en hem voor de koningin te bren­gen. Zij raakte in ver­vo­er­ing van zijn schoonheid, maar legde Damar Wulan toch de taak op van deze gevaar­lijke missie.

Nadat hij teder van Anjas­mara afscheid had genomen ging hij vergezeld van zijn twee trouwe dien­aren Sab­da­palon en Naya­geng­gong op weg Blam­ban­gan. Toen hij ?s nachts bij de tuin van het paleis aankwam, hoorde hij in een paviljoen een gesprek van de twee gevan­gen prins­essen Dewi Wahita en Dewi Puynega die hun afschuw van Menak Jingga uit­spraken. Damar Wulan ging het vertrek bin­nen en wist hun vertrouwen te win­nen. Later werd hij hun geliefde. De in ver­vo­er­ing gebrachte prins­essen waren zelf bereid hem tot hun dood toe te volgen.

Onder­tussen besloot Menak Jingga nadat hij terugk­wam van een groot eet­festijn, de twee prins­essen op te zoeken. Toen hij na mid­der­nacht hun paviljoen bereikte, ont­dekte hij Damar Wulan. Een ver­schrikke­lijk gevecht vol­gde maar Menak Jingga bewees dat hij onkwets­baar was. Hij hoonde en ver­wondde Damar Wulan ver­schil­lende keren tot­dat de jon­geling bijna dodelijk tegen de grond viel. Hierna vertrok Menak Jingga weer en beviel zijn dien­aren het lichaam te bewaken.

Toen echter deze dien­aren in slaap vie­len, droe­gen de twee prins­essen Damar Wulan weg, brachten hem weer tot leven en onthulden hem het geheim van de onkwets­baarheid van Menak Jingga: het was een knots van een gele har­poen die hij altijd ver­bor­gen hield onder zijn hoofd­kussen. De kon­ing zou ver­sla­gen zijn wan­neer hij door deze knots op zijn linker slaap ger­aakt zou worden.

Toen Menak Jingga in slaap was, riskeer­den de prins­essen hun leven maar slaag­den erin de gele har­poen te ste­len. Het vol­gende gevecht werd fataal voor de rode rid­der. Damar Wulan onthoofdde hem en gevolgd door de twee prins­essen en zijn dien­aren, begaf hij zich op weg naar het hof van Majapahit.

Maar toen hij de hoofd­stad naderde, werd hem de weg afgesne­den door Layang Seta en Layang Kumi­tir. De broers doo­d­den Damar Wulan en maak­ten hun opwacht­ing bij de koningin met het hoofd van Menak Jingga.

Damar Wulan echter werd op won­der­lijke wijze door een heilige kluizenaar weer tot leven gebracht, en niet lang, daarna ont­dekte de hevig veron­truste koningin de hele toedracht.

In een slot­gevecht ver­sloeg Damar Wulan zijn twee neven. Uitein­delijk werd hij tot kon­ing van Majapahit gekroond en mocht Anjas­mara met toestem­ming van de koningin Ratu Ken­cana bli­jven als zijn tweede vrouw.

In deze leg­ende zien we de kracht van Damar Wulan en tegelijk­er­tijd zijn zacht­moedigheid (zijn voort­durende weer­stand tegen het kwade en zijn aan­vaard­ing om te moeten lij­den). We zien zijn trotse moed waarmee hij alles wat hem heilig is (zijn kris en Anjas­mara) verdedigt, zijn sterke ero­tis­che kracht en zijn diepe tederheid.

Eén van de meest kleur­rijke momenten in de drama­tis­che voorstelling van het ver­haal wordt gebracht door Menak Jingga, zijn wellustige dromen van de koningin die obsessies voor hem wor­den, zijn listigheid en zijn boosaardig karak­ter, zijn roofzucht en zijn spot­ternij geven volop gele­gen­heid tot grote expressie.

Srimpi dansen

Load­ing …