Gambir Anom
- Gegevens
- Laatst bijgewerkt op donderdag 03 mei 2012 21:02
Verhaal
De jonge prins Raden Irawan, zoon van de krijgsheer Raden Arjuna (één van de vijf Pandawa’s), is verliefd op de beeldschone Titisari. Zij is de dochter van de vriend en raadsheer van zijn vader, koning Prabu Kresna. Terwijl een huwelijk tussen de twee jonge geliefden wordt besproken, dwaalt de jonge Irawan door het woud om te mediteren en te overdenken. Daar aangekomen dagdroomt hij over de aanstaande verbintenis. Hij maakt zich op, kamt zijn haar, zet zijn hoofdtooi recht, bevestigt zijn buikband goed, kijkt of alles op zijn plaats zit.
Plots ziet hij zijn geliefde voor zich. Hij probeert haar te omhelzen maar zij ontvlucht hem, keer op keer. Hij vraagt de goden om hun hulp bij het verkrijgen van zijn geliefde en probeert het nogmaals, maar weer vlucht zij bij hem vandaan. Tenslotte denkt hij haar in zijn armen te hebben en wandelt enige tijd met haar door het woud. Althans, dat denkt hij, tot hij plotseling zich realiseert dat hij met lege armen door het woud loopt. Het was slechts een droombeeld.
Beschaamd kijkt hij om zich heen of niemand hem heeft gezien hoe hij als de zoon van de grote krijgsheer Arjuna zich zo aan zijn fantasieën heeft kunnen overgeven. Hij keert hierna terug naar het paleis.
Foto’s
Klik op het plaatje voor een vergroting.





